19210404 Anny Vermeulen-van Hengst aan Evert en Hilda Cornelis

Anny Vermeulen-van Hengst

aan

Evert en Hilda Cornelis

Hollandsche Rading, 4 april 1921

"De Houten Lepel" 4 April 1921.

Beste Hilde en Evert,

We hebben hier ongewoon zomersche dagen en hebben jullie zoo half en half verwacht, vooral gisteren.

Zooals je weet had ik kou gevat op de heenreis naar A'dam, in de week tusschen je concert en de Gurrelieder echter ben ik er 't ergst aan toe geweest op een enkelen middag na. Ik had 't zoo te kwaad met benauwdheden en hoest dat klein R.M. de flesch moest hebben, wat zonder nadeelige gevolgen ging Goddank! Af en toe voedde ik hem nog, maar nu is hij heelemaal "van de koe". Wij zijn Maandag na de Schönberg-verheerlijking ('t applaus en geroep was werkelijk formidabel zou Bottenheim zeggen) weer vertrokken en 't hobbelpaardje staat nog in de Valeriusstr.! De kleeren die ik allemaal meenam om te vermaken en te verstellen, omdat ze daar wèl een naaimachine hebben en ik hier niet, hetgeen zoo werkelijk dringend noodig was met het oog op den zomer als wij hier twee maanden weg moeten, dat alles moest ook ongedaan blijven. Wat een sukkelaarster, he. Thijs had de eerste week een reuze-verkoudheid hier, en dit mèt zijn afkeer om wéér te critiseeren was de reden dat in no. 2 van de Nieuwe Kroniek hij geen stuk had, dat over de Gurre-lieder zou hebben geluid. Trouwens op 't oogenblik heerscht on-vrede, hoofdzakelijk tegen Wiessing, die ook on-machtig blijkt als uitgever, en waarin Thijs de gemoederen tracht te sussen met een waarlijk filosofische gemoedelijkheid.

Ik denk dat A'dam wel in jubel zal zijn om Mengelberg, niet? Lazen jullie nog de laatste correspondentie uit N.Y. in de N.R.Crt. "Mengelbergiana"? Als 't niet juist zulk verrukkelijk weer was geweest en wij hier op droge heigrond en niet op zee hadden gezeten, geloof ik dat ik naar de verschansing gerend was.

Weest met de kinderen hartelijk gegroet door

Thijs en Anny.

Verblijfplaats: Den Haag, Nederlands Muziek Instituut