19150122 Matthijs Vermeulen aan Alphons Diepenbrock

Matthijs Vermeulen

aan

Alphons Diepenbrock

Amsterdam, 22 januari 1915

Amsterdam Vrijdagavond

22 Jan 1915

Zeer Vereerde Meester,

Hartelijk dank voor Uw schrijven van deze week; het verwonderde mij reeds in zoo langen tijd niets van U te hooren. Ik heb niet meer over "Das Lied von der Erde" geschreven; 't zou mij onmogelijk geweest zijn. Het heeft evenals de Kindertotenlieder een buitengewoon sterken indruk gemaakt doch ik kom meer en meer tot de conclusie, dat die indrukken funest zijn voor mij. Het is bijna een levensquaestie om die radeloosheden te ontvluchten wanneer men dag aan dag dingen genoeg ontmoet die radeloos stemmen en daarbij nog worstelen moet met eene aangeboren somberheid. Het schijnt ook, dat de oorlog mij uit mijn evenwicht heeft gebracht; ik mis op eens het "tyrtaeïsche" en merk op eens dat alle pessimisme en alle heroïsme der heele Duitsche kunst uitloopt op een verweekelijkend quietisme, liefelijkheid, suffisance of "Verklärung". Alles eindigt in een of anderen hemel. De mooiste philosophieën kunnen daarvan het bedrog of de vergissing niet wegredeneeren. Welk een afstand tusschen de dood van Romeo en Julia en de dood van Tristan und Isolde! De eerste maakt mij vroolijk en krachtig, de tweede ontmoedigt me tot den bodem. De Duitschers hebben aan de ramp, het lijden en de tragiek het essentieelste ontstolen en het beste.

Ik wilde U eigenlijk mededeelen, dat er deze week in de Nieuwe Groene een stuk van mij verschijnt waardoor ik denkelijk in groote moeilijkheden zal komen. Het gaat over Mengelberg en zijn verhouding tot het Concertgebouw gedurende de laatste vijf maanden. Het is gesteld in een zeer drogen zakelijken toon, zonder de minste litteratuur, wat het nog gevaarlijker maakt misschien. Het zou laf zijn en onmogelijk om te zwijgen, wanneer men goed heeft nagegaan hoeveel Mengelberg kan doen ten bate eener uitstekende muziekbeoefening en hoe weinig hij doet omdat dit zijne zaken zou contrarieeren. Het kan mij niet veel schelen, wanneer Mengelberg maatregelen tegen mij laat nemen doch het zou mij zeer spijten als ik Uwe sympathie verloor, zelfs al zou zij me niet van 't minste nut zijn. Ik heb alle mogelijke consideraties gebruikt en zelfs het voorzichtigste uitgangspunt gekozen, het wezen der zaak (Mengelbergs toenemend commercialisme) uit respect voor Mengelberg niet eens aangeroerd. Ik hoop dus, dat het stuk geen aanleiding wordt tot conflicten tusschen U en mij welke ikzelf zoo lang mogelijk zou vermijden en ook lang zou betreuren, maar dat het U ook niet in de geringste onaangenaamheid zal brengen; ik heb daar geen recht op.

Met vriendelijke groeten

Uw toegenegen

Matthijs Vermeulen.

Verblijfplaats: Den Haag, Nederlands Muziek Instituut