19130107 Matthijs Vermeulen aan H.P.L. Wiessing

Matthijs Vermeulen

aan

H.P.L. Wiessing

Amsterdam, 7 januari 1913

Amsterdam Dinsdagavond,

7 Jan 1913.

Hooggeachte Heer Wiessing,

Met bijliggende copie, veroorloof ik mij U mijne beste wenschen aan te bieden voor 1913. Wat het schrijven betreft van den heer Louis Sterk, dat ik dezen morgen ontving, wil ik niet adviseeren tot niet-plaatsing, hoewel de toon van het stuk me niet sympathiek klinkt en ik het stuk liever niet aan mij geadresseerd zag.1 Van reclame voor zijne vioolschool mag ik hem evenwel niet verdenken, het gaat hier inderdaad om princiepen, hij is een eenvoudig mensch en zijne inrichting bloeit. Het is in 't buitenland gewoonte om ook den leeraar van violisten te gedenken wanneer hunne leerlingen naam maken. Gootjes vroeg mij er met klem om, doch daar ik dit niet reken tot mijn taak als criticus stemde ik niet toe. Louis Sterk ontheft me dus ook van een last. Hij krijgt dan meteen verantwoording voor zijn leerling, in wiens belang ik een paar troeven gespeeld heb, die zonder twijfel een kunstenaar is, doch wien 't misschien ontbreken zal aan voldoende zelfbewustzijn, door den invloed van Sterk, een Jood van den ouden stempel.

Met vriendelijke groeten

Uw Dw.

Matthijs Vermeulen

Verblijfplaats: Den Haag, Nederlands Muziek Instituut

  1. Het schrijven van Louis Sterk is inderdaad geplaatst.