19110331 Matthijs Vermeulen aan Willem Hutschenruyter

Matthijs Vermeulen

aan

Willem Hutschenruyter

Amsterdam, 31 maart 1911

Diemen Vrijdagmiddag,

Diemen bij Amsterdam

31-3-11

Zeer Geachte Heer Hutschenruyter,

Uw brief van den 29sten heeft mij veel genoegen gedaan, al had ik verschillende passages liever ironisch dan ernstig bedoeld gehouden.

Ik zal aan Uw verzoek gevolg geven, (jammer dat Uw brief niet een paar dagen eer kwam, 't is te laat voor het Nr van a.s. Zaterdag) omdat ik uit 't verleden de meest vriendschappelijke gevoelens (en dankbare) kan/zal vergaren in overvloed en omdat ik over Uw oorspronkelijke streven altijd zeer enthousiast heb kunnen denken.

Wanneer U een perskaart voor De Amsterdammer beschikbaar stelt zal ik den Cyclus1 zeker bijwonen, anders lijkt me de mogelijkheid verdacht, want de administratie (vertrouwelijk gesproken) is zéér zuinig.

Maandag a.s. moet ik te Rotterdam zijn in den morgen. Daar ik den Haag passeer zal ik afstappen en U (vroeg op den middag) een bezoek brengen, − wanneer ik geen tegenbericht krijg, dat U niet thuis bent of me liever niet ziet. Het is beter dat wij vóór ik mijn principieele artikel schrijf met elkaar praten dunkt me dan dat U materiaal stuurt.

Met de meest hartelijke groeten, ook aan Mevrouw

Van ouds nog Uw toegenegen

Matthijs Vermeulen.

Verblijfplaats: Den Haag, Nederlands Muziek Instituut

  1. Hutschenruyters verzoek betreft de ophanden zijnde Beethoven-cyclus van het Residentie-Orkest onder leiding van Willem Kes en Sigmund von Hausegger; Vermeulens artikel verschijnt in De Amsterdammer van 7 mei.