Verantwoording

Al in een vroeg stadium heeft Thea Vermeulen bij correspondenten of nabestaanden gepolst of zij bereid waren de brieven van haar man te schenken. In veel gevallen had zij succes. Sommigen hechtten zoveel waarde aan het handschrift dat zij een fotokopie toezonden. Niet altijd is in later jaren alsnog het handschrift boven water gekomen. Enkele malen werden de brieven opgestuurd ter transcriptie, waarna het handschrift weer retour ging. Helaas is in die periode verzuimd van deze brieven fotokopie te maken. In één geval is sprake geweest van ruil van brieven: Sepha van Beinum-Jansen verzocht om teruggave van de brieven van Eduard van Beinum, in ruil voor de brieven van Matthijs Vermeulen.

De correspondentie van Vermeulen met uitgeverij Editions Lacoste in Parijs in de lange aanloop naar de uitgave van de door Vermeulen zelf vervaardigde Franse vertaling van Het Avontuur van den Geest (L'Aventure de l'Esprit 1955) is vanwege zijn puur zakelijke inhoud buiten dit transcriptieproject gelaten.

In de overgeleverde correspondentie zitten betreurenswaardige hiaten: Vermeulen heeft een groot deel van de brieven die hij had bewaard uit zijn leven als criticus verbrand. (Uitzonderingen waren de brieven van A. Roland Holst en diens oom en tante, R.N. (Rick) en Henriette.) In een brief d.d. 2 december 1942 aan Thea en Joanna Diepenbrock, brengt hij deze beslissing zo onder woorden:

In La Celle-St. Cloud, op een middag van 1923, in een illusoiren drang naar bevrijding van den druk van het verleden, heb ik alles verbrand wat mij aan dat verleden scheen te binden of wat het kon verlevendigen. Daaronder was ook de correspondentie met Diepenbrock; helaas. De afkeer, de afschuw welke mij werd ingeboezemd door mijn loopbaan als criticus, zou tot verontschuldiging, of ten minste als verzachtende omstandigheid kunnen gelden. Ik verwijt het mij niettemin sinds langen tijd en ik vraag mij af wat de anderen bewogen kan hebben tot hun slordigheid of tot een roekelooze daad.

Van de brieven van zijn ouders, zijn zuster Marie en broer Chris uit de periode vóór de Tweede Wereldoorlog is niets overgeleverd. Slechts één brief is bewaard gebleven: een nauwlijks te ontcijferen Nieuwjaarswens uit 1938 van Adriana van der Meulen-Wonderval. Dit moet de laatste brief aan haar oudste zoon geweest zijn.

In mei 1940 heeft Vermeulen zijn zuster opgedragen zijn brieven te vernietigen (mondelinge mededeling van Marie van der Meulen). Dit zou hij hebben gewenst uit veiligheidsoverwegingen, aangezien hij zich in zijn brieven naar huis meermaals scherp had uitgelaten over de nazi's en de onontkoombare oorlog. Het lijkt erop dat zijn zuster het uitvoeren van deze opdracht niet over haar hart heeft kunnen verkrijgen. Toen Christian van der Meulen in 1982 zijn boek Matthijs Vermeulen / zijn leven, zijn muziek, zijn proza publiceerde kon hij nog citeren uit familiaire correspondentie. Na zijn dood zijn deze waardevolle brieven volledig verloren gegaan. Thea Vermeulen heeft haar zwager helaas niet tijdig om fotokopieën gevraagd.

In deze web-editie worden de brieven uit het jaar 1945-1946 van Matthijs Vermeulen aan Thea Diepenbrock, die in ingekorte vorm in Mijn geluk, mijn liefde (De Bezige Bij 1995) gepubliceerd zijn, nu compleet uitgebracht.

Vermeulen had de gewoonte concepten en in een enkel geval afschriften te bewaren. Van veel brieven hebben we én het concept én de definitieve versie. De transcriptie is steeds vervaardigd van de eindversie. Doordat van beide op de website het beeld te zien is kan de lezer vaststellen dat Vermeulen in veel gevallen toch nog een redactionele verbetering aanbracht ten opzichte van zijn concept.

Bij de transcriptie van de brieven van Vermeulen en zijn correspondenten alsook bij zijn overgeleverde notities hebben de editores in hoofdzaak de tekst weergegeven zoals hij zich aandient. Boven de regel geschreven invoegingen zijn op de meest logische plaats in de transcriptie genoteerd. In de marge staande toevoegingen zijn tussen <> in de tekst te vinden. Door de auteur overgeslagen lettergrepen of woordjes (bijv. 'niet') zijn tussen teksthaken geplaatst. Slechts in de schaarse gevallen dat er hinder ontstaat voor de lezer hebben de editores gekozen voor de weergave [lees: ].

Kleine verschrijvingen zijn stilzwijgend gecorrigeerd.

In de teksten in de Franse taal, waaronder de uitgebreide brieven van Vermeulens jongste zoon Donald, dienden zich andere problemen aan. In deze taal zijn er vele mogelijkheden op het gehoor een woord te spellen. Donald Van der Meulen maakt hierin geregeld fouten. Waar overduidelijk was welk ander woord het zou moeten zijn geweest treft men [lees: ] aan. Ten aanzien van de hardnekkige gewoonte het voltooid deelwoord en het volle werkwoord te verwarren (j'ai donner in plaats van j'ai donné) is in de meeste gevallen in de transcriptie voor het gemak van de lezer gekozen voor de juiste schrijfwijze.

Van de brieven van Donald Van der Meulen zijn enkele, die zeer gedetailleerde beschrijvingen van de belevenissen van de kinderen of van verhuizingen bevatten, niet opgenomen.