19670410 Nico Schuyt aan Matthijs Vermeulen

Nico Schuyt

aan

Matthijs Vermeulen

Amsterdam, 10 april 1967

10 april '67

Beste Matthijs,

Nu, naar wat ik er van las, weer eens weinig begrip werd getoond voor je werk en streven, is het misschien zinvol om je te doen weten dat er wel degelijk medemensen bestaan in wier geest je vrij geschapen, ruimte-scheppende muziek weerklank vond. Als toehoorder van het zondagmiddag concert op 9 april heb ik zeer duidelijk dit ervaren: je werk werd opgenomen, met aandacht, door het voltallige publiek, dat navenant reageerde, nl. met warmte. Het blijft een raadsel dat de scribenten altijd weer menen behoedzaam en zuinig te moeten zijn in hun uitspraken, die met te veel woorden niets verkondigen. Een oplosbaar raadsel: wie de creativiteit schuwt, de ruimte vreest en zich op aftandse conventies nestelt zal nimmer uit zichzelf komen tot verbale waardering van enige nieuwe schepping. Het is treurig dat de kritiek in ons land praktisch geheel in handen is gevallen van dergelijke non-creatieven, die voorzichtig en hautain de kat uit de boom kijken. Maar deze kritiek, die geen kritiek is omdat het levende, scheppende element er aan ontbreekt, heeft geen betekenis. Zij kan wèl remmend werken, uiteraard, op de meningsvorming van de gewone luisteraar, die in twijfel wordt gebracht en via het gedrukte woord zou kunnen worden gemaand tot correctie van zijn spontane gevoelens. Ik wil deze slechte invloed van de kritiek echter niet overschatten. Zij is slechts zeer partiëel en uiterst tijdelijk in haar werking en zal het altijd afleggen tegen die ene werkelijkheid: de vitale kracht van het kunstwerk.

Die vitale kracht nu sprak voor mij overtuigend uit die wonderlijke partituur van de Zevende en dat gaf mij − en mèt mij ongetwijfeld ook de jongere componisten − de overtuiging dat er in dit a-muzische, kille land tòch nog een toekomst is voor het wonder, waar jij een lang leven in bleef geloven. Velen zullen je daar dankbaar voor zijn.

Ontvang mijn beste groeten,

Nico Schuyt

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA