19591231 Matthijs Vermeulen aan Nico Schuyt-concept

Matthijs Vermeulen

aan

Nico Schuyt

Laren, 31 december 1959

31 dec 1959

Beste Schuyt,

Door een gek mislopen wegens een onbekend aantal factoren hadden wij De Waarheid van 17 dec niet ontvangen, en ook de zeer grillige "Persknipseldienst" van genaamde Swaneveld die je misschien wel kent, had ons de bespreking van mijn 6e Symph. niet gestuurd. Er ging dus een zekere tijd voorbij alvorens ik je stuk kon lezen waarnaar jijzelf me danig benieuwd hadt gemaakt door jullie onverwachte verschijning in de "solistenkamer" en enkele met gesmoorde passie uitgesproken woorden, die in mijn binnenste de opmerking te weeg brachten: "het interesseert me buitengewoon hoe hij dat in de krant zal formuleren."

Welnu, ik weet het tenslotte en ben echt tevreden. Wat mij gedurende het componeren boven alles ter harte gaat is dit: iets heel best's op de allerbeste manier zo uitdrukken dat de gewone mens erdoor getroffen wordt en er iets aan heeft, plezier en nut in de beoogde zin, zowel physisch als psychisch. Je hebt dat begrepen, door een aparte kop zelfs onderstreept, en dat doet me driedubbel genoegen, omdat dit te begrijpen lang niet zo gemakkelijk is als het er uit ziet, vooral voor een kenner, een vakkundige, want die kan mij altijd zeggen: "je gebruikt nog al gecompliceerde middelen om je tot het gewone volk te richten" en als hij een hypochondrisch scepticus is, gelijk onze collega Lex van Delden, zal hij er op de koop toe, met een passende dosis slecht humeur of kwade trouw aan toevoegen: ze klappen wel, je proletariërs, maar wat snappen zij ervan? (Je merkt: Lexje heeft mij verbaasd!!)

Daarom was er mij zo extra-veel aan gelegen dat die uitvoering in het Concertgeb. zou doorgaan, (ik dank je dat jij je daarvoor geïnteresseerd hebt) omdat ik wist dat de A'damse première der 6e zou plaats vinden voor een publiek van vak-verenigingsleden, en omdat ik de reactie die zij zouden tonen beschouwde als een ware proef op de som, als een afdoend bewijs (vóór of tegen mijn opvattingen over het componeren, en de juistheid, de bruikbaarheid mijner middelen. Ik heb dan ook "hemel en aarde bewogen" (wat helemaal niet in mijn gewoonte ligt) om de uitvoering "erdoor te krijgen", het heeft me reuze-moeite gekost, ik ben blij dat het gelukt is, en blij in het kubieke toen ik zag ook jou gewonnen te hebben, een kenner, een vakkundige! Ik heb een onwankelbaar vertrouwen in de onbegrensde intuïtie van de gewone mens (en dit is bevestigd), maar de ervaring heeft mij herhaaldelijk geleerd dat ik noch van de intuïtie, noch van het intellect der kenners veel verstandhouding (en clementie) te verwachten heb.

Ik zeg je dit alles maar zoals het mij te binnen schiet. Het is lang geen klein karweitje voor een componist als ik om het simpele ideaal te verwezenlijken rechtstreeks geconfronteerd te worden met het gewone volk. Weet je dat Het Concertgebouw N.V. mijn symphonie geweigerd had omdat zij de recette zou schaden van "de serie?" Ik hoop dat ook anderen zullen profiteren van deze les voor de N.V. Ik hoop voornamelijk dat die anderen zullen verdienen ervan te profiteren. Want voor een publiek van intuïtieve oren moet er in de eerste plaats iets te beluisteren zijn. En dat iets (hoe zouden wij dat moeten definiëren?) ontbreekt te vaak in "moderne muziek".

Het heeft me destijds (in 1956) wel eventjes gespeten dat de infuse bedoelingen van mijn 2e symphonie je niet voldoende bereikt hebben. Ik wilde toen (in 1919), zeer-bewust een revolutionnaire symphonie schrijven, revolutionnair in de allerbreedste en ook aller-engste betekenis van het woord, mij ingeblazen en aangeblazen, met geweld, niet door de grote gebeurtenissen van die dagen, maar door de grote gebeurtenis, en in zo nauwe relatie met die gebeurtenis, dat het me innerlijk eigenlijk nooit verwonderd heeft dat een eerste uitvoering van dit werk pas zou kunnen geschieden op het juiste moment, als die gebeurtenis zich geheel voltooid had. Het leek mij als 't ware normaal dat die symphonie eerst bekrachtigd moest worden door de feiten om het recht te krijgen van méér te zijn dan een hersenschim-in-muziek. En toen het zover was had ik van jou wel graag een heel kleine wenk ontvangen van samenhorigheid.

Ik leef in de dubbele zin als je weet, zeer intiem met mijn tijd, en dikwijls maakt de onvoldragenheid van onze tijd het mij haast onmogelijk om er de muziek uit te halen die ik wens. Maar soms ook anders. En ik geloof met bijna-zekerheid te kunnen zeggen dat de finale opvaart van de 6e niet zou hebben kunnen slagen zoals ze zijn moest (en vanaf cijfer 50 der partituur tot mijn volle geluk ook efficiënt is) wanneer op het exacte moment Spoetnik I niet verschenen was aan het firmament. Je kent nu enkele geheimen van me. Houd ze onder ons. Spreek er met niemand over. Het is nog te vroeg. Laat eerst de goede winden uit het universum nog wat langer waaien.

In deze geest onze allerbeste wensen aan jullie voor 1960 en verder.

Met vriendschappelijke hand,

je

M.V.

concept

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA