19560730 W.Jos. de Gruyter aan Matthijs Vermeulen

W.Jos. de Gruyter

aan

Matthijs Vermeulen

Groningen, 30 juli 1956

30 Juli 1956, Rengersstraat 16

Zeer geachte Heer Vermeulen,

reeds lang was ik plan U eens een briefje te schrijven − al jaren geleden! Maar een mens schijnt nooit tot zoiets te komen. We klimmen altijd dadelijk in de pen als we ontevreden zijn over iets en als we tevreden zijn, laten we niets van ons horen. Ook nu weet ik trouwens niet wat ik U precies moet schrijven, hoe ik het aanleggen of aankleden moet − ik zit er een beetje verlegen mee. Maar het kan ook heel in het kort: ik zou mijn bewondering voor Uw besprekingen in de Groene tot uitdrukking willen brengen, beter gezegd U danken voor alles wat ik van U gelezen heb. Ik herinner mij een stuk dat U eens geschreven hebt over Beethoven − over de onhoudbaarheid van verhaaltjes als "het noodlot klopt op de deur" en dat er niettemin een "inhoud" moet zijn (geen musique pure) − En een ander, briljant stuk over de Zauberflöte − nog een ander, buiten Uw eigenlijk domein, over de vliegende schotels. En nog veel andere, o.a. over een jeugdige Franse (?) pianiste die voor een bijna lege zaal optrad. Ik heb weleens een en ander uitgeknipt, maar het raakt weer weg in de berg paperassen die men tegenwoordig in no time om zich heen verzamelt.

Misschien mag ik ter verklaring over mezelf zeggen dat ik altijd heel veel belangstelling heb gehad voor muziek. Op mijn 27ste jaar ben ik er op aandringen van anderen bijna in doorgegaan (speelde toen piano, maar had het mezelf als kind geleerd). Gelukkig koos ik echter de weg van de beeldende kunst-critiek, na een opleiding als beeldend kunstenaar; en nu ben ik per slot museumdirecteur geworden, wat me nog het meeste bevrediging schenkt. Maar ik volg op een afstand steeds het muziekleven, hoewel mijn vrouw en ik tijd noch geld hebben voor veel concerten. Tegen het week-einde kopen we de weekbladen aan de kiosk en de Groene lees ik voornamelijk om Uw stukken niet te missen.

Gedeeltelijk komt het natuurlijk omdat U zo goed schrijft. Maar wat is ten slotte "goed schrijven"? Als men het doet, zoals U, betekent het in de eerste plaats: zich volledig inzetten, met alle geduld, inspanning en intensiteit die men op kan brengen. Subjectief zijn dus – zichzelf uitleven – maar toch altijd ook met de inzet van de overgave en het streven naar de diepste "rechtvaardigheid". De juistheid of onjuistheid van veel van wat U schreef kon ik helemaal niet beoordelen. Ik las het dan meer om de toon, om het contact met de schrijver-criticus. Maar vooral waar U het over de componisten en de composities had, kon ik het wel toetsen aan eigen ervaringen − en dan zou ik het paradoxaal willen formuleren, dat ik het eens met U was zelfs in die (vrij sporadische) gevallen dat ik het niet eens kon zijn!

Maar deze brief wordt langer dan ik van plan was. Ik wilde U alleen schrijven − en U hoeft er beslist niet op te reageren − dat ik me van U heel veel dingen herinner te hebben gelezen, zo door-en-door "gezien" en zo onweerstaanbaar gezegd, dat ze echt een verrijking van mijn leven zijn geweest.

Met vriendelijke groeten,

t.à.v.

W. Jos. de Gruyter

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA