19170620 Matthijs Vermeulen aan Jan Greshoff

Matthijs Vermeulen

aan

Jan Greshoff

Amsterdam, 20 juni 1917

20 Juni 1917.

Brave Jan,

Gij zoudt me niet beschuldigen, wanneer de post je even goed mijn trouw overbracht, als hij jouw trouw overbrengt. Er ging drie of vier dagen geleden een pakket en 't is waar er was geen brief bij van mij, maar 't hield in: ééne reclame-plaat! belasting biljetten! en naar schatting onbelangrijke brieven. Vroeg of laat moet het je bereiken in de Antoniuslaan te Blerik.

Ik had je niets te schrijven. Gij weet hoe het stond met onze Filles du roi d'Espagne. Wiessing had er f 100.- voor over doch bij raming bleek het publiceeren circa f 250.- te kosten. Die aderlating kan ik me niet veroorloven. Wiessing wou nog hebben, dat ik jou in den arm nam om een bedelschrift te richten tot R.N. Roland Holst, doch daar ben ik op tegen. Jij en als hij genadig is, R.N. Roland Holst kunnen me later altijd dat plezier doen, wanneer ik eens wat wil publiceeren en geen geld heb. Het surplus van f 150.- bij Wiessing komt in hoofdzaak hiervan dat de editie 10.000 exemplaren telt en zoo democratisch ben ik nog niet om te wenschen door 10.000 groene keelen (sans le moindre sarcasme!) gezongen te worden, en dit bonheur du plus grand nombre te honoreeren met f 150. Ik ben nu bezig met het sonnet van Rupert Brooke If I should die en componeer het tegelijk in het Fransch en in het Engelsch. Het is een grandioos vers.

Bezorg jij me nog eens wat lyrique de la guerre? Als ik er een stuk of 6 – 7 klaar had zou ik ze in een bundel kunnen en willen uitgeven.

Voilà! Mijn humeur is goddelijk geweest en ik verlang slechts dat de brave Jan spoedig wederkeert. Wij raken met sommige tentoonstellingen wel erg ten achter.

Het is niet onmogelijk dat ik Zondag in Laren ben bij Diepenbrock. Hij wou Les Filles du R d'E. laten zingen door eene vrij goede zangeres. Doch Zaterdag ben ik en tout cas hier.

Hier is geen ander nieuws dan dat onze directeur H.M.C. weer in ons land is.

Tot ziens van den braven

Thijs

Verblijfplaats: Den Haag, Literatuurmuseum