19170413 Geertruida van Vladeracken aan Matthijs Vermeulen

Geertruida van Vladeracken

aan

Matthijs Vermeulen

 

Amsterdam, 13 april 1917

 

13 April 1917

Geachte Heer Vermeulen,

Zooals U waarschijnlijk bekend is, gaf ik onlangs een volksliederen-avond in de zaal Duwaer en Naessens, waarbij de nadruk gelegd werd op Engelsche en Schotsche volksliederen die in ons land nog onbekend zijn.

Uit de Telegraaf die den daaropvolgenden dag verscheen, meende ik te moeten opmaken dat U zelve dien avond een ander concert bijwoonde, terwijl de niet-onderteekende recensie over mijn concert dus vermoedelijk door een collega van U werd geschreven.

Nu ik heden weer een avond zal geven met een nieuw programma en de pers daartoe weer uitgenoodigd werd, wilde ik U echter verzoeken ditmaal zelf eens te komen luisteren. Het is allerminst mijne bedoeling U te vragen daarover alsjeblieft gunstig te schrijven. Ik vraag U alleen te komen omdat ik meen aanspraak te mogen maken op een serieuze bespreking van mijn werk. Gedurende een aantal jaren heb ik in Engeland ernstige studie gemaakt van het volkslied alvorens daarmee op te treden, en de wijze waarop ik dat nu doe is o.a. op historische argumenten gegrond.

Waar door alle andere bladen (de Haagsche Telegraaf incluis, na een concert in 't Theater Verkade), ook al vinden ze het meer of minder mooi, toch de ernst van mijn werk vooropgesteld is en erkend wordt dat ook het Engelsche en Schotsche lied belangstelling verdient, werd in de Telegraaf na het Amsterdamsche concert gesproken van "snobisme" etc.

Ik hoop dus zeer dat U vanavond zelf komt luisteren. Bij gebrek aan een gecorrigeerd exemplaar van het tekstboekje, sluit ik hierbij vast een proefdruk in.

Hoogachtend

Geertruida van Vladeracken

 

Verblijfplaats: Amsterdam, Bijzondere Collecties UvA, hs. Hc 1