“ Dat is componeren: in zijn binnenste een zang
   te hebben ook als er nergens een zon schijnt. ”
Matthijs Vermeulen

en fr de

In december 1947 verscheen bij uitgeverij ABC (Amsterdamsche Boek- en Courantmij)
Het Avontuur van den Geest. De plaats van den mens in dat avontuur. Onderstaande synopsis is van Vermeulens hand:
 
Sinds de mens voelt en denkt is hij gepassioneerd, geobsedeerd door de vraag naar zijn oorsprong en bestemming, door de vraag naar het waarom en de zin van wat hij ziet in zich en buiten zich.
         Vanaf de vroegste tijden van zijn geschiedenis vond hij een antwoord. En zijn geluk, zijn voorspoed, vielen samen met de duur waarin dat antwoord hem geldig scheen. Zolang de mens geloven kon aan het antwoord dat hij kreeg uit de afgrond van zijn binnenste en uit de afgrond van het uitspansel, geloofde hij aan zichzelf en ging hij niet te loor.
         Reeds drie eeuwen nu ondervraagt de mens opnieuw zijn hart en het heelal. Hij vond ditmaal geen oplossing voor het ingeboren raadsel, en hoe meer hij zocht, des te meer scheen hij zich te omwikkelen met een lijkwa van nacht en van melancholie.
         Zijn intellect had in die periode een graad van helderheid en scherpte bereikt, welke hem noodzaakte elke mythus, elke fabel, legende en hypothese te verwerpen. Er kwam geen enkel antwoord dat de toets doorstaan kon van het intellect, de voortaan onafscheidelijke, intransigente maatstaf van de mens. Hij heeft alle sagen van het verleden verwoest en niets opgebouwd. Zijn laatste filosofieën moesten concluderen tot de absurditeit, de ijdelheid van alles wat is, tot de ramp van een creatuur te zijn, en de laatste gezamenlijke ondernemingen van de mens (twee waanzinnige wereldoorlogen) liepen parallel met de wanhoop van deze conclusie.
         Maar het intellect heeft niet slechts verwoestend gewerkt. Het gaf de mens ook de exacte kennis van de dingen. Sedert korte tijd verwierf hij door zijn intelligentie tevens een macht, welke iedere droom die hij zich fantaseren durfde, verwezenlijkt, welke alle vroegere mythen evenaart, welke alle filosofische stelsels uiteenrijt, welke alle voormalige standpunten verbrijzelt.
         Wanneer wij onszelve, de mens, de aarde, het firmament, onderzoeken volgens de richtlijnen van deze heroïsch veroverde kennis, wat kunnen wij, wat moeten wij dan uit de feiten zelve afleiden, betreffende onze oorsprong, onze betekenis, onze bestemming?
         Met de middelen van het intellect, langs de wegen, en met de zuivere passie van het intellect een veilig en vast antwoord geven op de aloude vraag, wil dit geschrift, waarin een basis wordt gelegd tot een metafysische fysica, tot een rationele mystiek. Om te geraken aan het einde van een lange, donkere nacht, om de zware lijkwa af te schudden, om een poort te helpen openen naar een toekomst, onbegrensd als de mens, van alle wonderen het grootste.
 
noot: De slotwoorden zijn ontleend aan Sofokles (een vrije vertaling van de openingswoorden van een koor uit Antigone). In de laatste alinea klinkt een grote verwachting door: Vermeulen hoopte met zijn filosofisch geschrift de mensen door redelijke argumenten te overtuigen van het bestaan van de Scheppende Geest, zodat zij, vanuit dat besef, zouden werken aan een gelukkiger en betere toekomst. Zonder dat hij de Franse filosoof met name noemt is het duidelijk dat Vermeulen een ander perspectief wenst te bieden dan Sartre's existentialisme, dat in die jaren snel ingang vond in intellectuele kringen over heel Europa.
 
get the Flash Player
standaardweergave