“ Hier is symfonie enkel bedoeld als geordende constructie van zingend materiaal. ”
Matthijs Vermeulen

en fr de

ONDERWERPEN
 
symfonie    
melodie    
orkest    
maatschappij    
chromatiek    
esthetiek/ethiek    
 
symfonie
De benaming 'symfonie' is te verstaan in de algemeenste zin. De geschiedenis der muziek heeft zoveel opvattingen geregistreerd van het idee symfonie dat de auteur meende op zijn beurt en volgens eigen inzicht een term te kunnen bezigen welke zich reeds voor menigerlei interpretatie geschikt toonde. Hier is symfonie enkel bedoeld als geordende constructie van zingend materiaal. Het plan en de bouw zijn derhalve niet geregeld naar een of ander historisch, min of meer conventioneel academisch vormbegrip, doch even weinig zijn ze willekeurig en ongebonden.
(toelichting, geschreven in 1939, bij de Derde Symfonie)

melodie
Mijn opvatting, mijn conceptie van de melodie [...] is precies dezelfde als die der oudheid, der middeleeuwen, der grote meesters van de nieuwe tijd. Ik bedoel hiermee: de melodie is een in tonen uitgesproken, vastgelegde gemoedsbeweging, een gemoedsbeweging van haar begin tot haar einde. Zoals een gemoedsbeweging een persoon resumeert, karakteriseert, zo is de melodie dezer gemoedsbeweging een uitbeelding in tonen van een compleet persoon, van een voltooide gestalte, van een voleindigd individu. Elke melodie kan een verschillend levensmoment vertolken, doch in dat gegeven levensmoment moet de volledige persoon, de volmaakte gestalte vertegenwoordigd zijn, zonder misvormingen, zonder verminkingen, zonder halfheden, zoals die persoon is op deze dag, op dit uur, in deze minuut, zichzelf en totaal. Ik vond dus niets nieuws uit. Ik ontdekte niets. Ik volgde slechts een princiep op dat ik voor eeuwig houd omdat ik het onveranderlijk, hoewel in variërende uitdrukkingen, constateer als geldend, als wetmatig vanaf de oudste muzikale documenten tot in de meesters [...] van de aanvang onzer eeuw [...]. Ik paste dat princiep toe in het kader, in het accent van mijn tijd, als denkend, voelend, begrijpend mens van mijn tijd, van mijne aarde.
(genoteerd op 17 januari 1945; zie: Het enige hart, p. 159-160)

orkest
Ik heb me altijd een orkest gedacht dat een soort van elyseesche samenleving zou vormen. De spelers worden in een muzikaal geval geplaatst en ieder hunner die in aanmerking komt om het te interpreteren, beschouwt het van zijn standpunt, vanuit zijn particuliere gezichtshoek, maar, over 't algemeen, met een zekere goede wil tot eenheid, en, over 't algemeen, bewogen door dezelfde roerselen. Maar altijd drukt ieder der spelers zijn persoonlijke visie uit in een gegeven situatie. [...] Boven alles (uitgezonderd de hogere centrale eenheid) boven alles gaat zijn persoonlijkheid. [...] Er staat niemand boven hem, niemand onder hem. Hij verschilt van zijn nabuur alleen in timbre en in kleur. Allen werken mee in dezelfde lijn naar hetzelfde doel, maar allen werken mee volgens hun eigenste natuur. Het enige waarnaar zij zich voegen, waaraan zij zich onderwerpen is de leidende gedachte.
(genoteerd op 10 of 11 januari 1944, brief aan Thea Diepenbrock)

maatschappij
Ik had gaarne geleefd in een maatschappij waar de bouwmeester der kathedraal een gelijk salaris ontvangt als de metselaar en de steenklopper, waar elke menselijke werkzaamheid beloond wordt met gelijke munt, de minister en de dienstbode, de bankier en de putjesschepper. Ieder zou zijn eigen impuls volgen, zonder andere overwegingen. De mens zou enkel betekenen door zijn innerlijk, door zijn echtheid.
(genoteerd op 23 januari 1945; zie: Het enige hart, p. 167)

chromatiek
Bij mij is de chromatische toon autonoom, volgt enkel interne wetten welke hem opgelegd worden door de structuur der melodie, volgt nimmer externe wetten die zouden voortvloeien uit zijn verband, samenhang met een of ander vooraf bepaald akkoord. Bij mij inderdaad is het de melodie welke het akkoord regelt, en nimmer regelt een akkoord de melodie. Bij mij is de chromatische toon intrinsiek, integraal; hij is niet de variatie van een andere toon; hij is zichzelf; hij is een individuele cel in het weefsel der melodie; hij is onherleidbaar, onvervangbaar.
(genoteerd op 2 februari 1945; zie: Het enige hart, p. 176)

esthetiek/ethiek
Ethische strekking: Verheffing van de mens. Opwekking van de poëtische musische gesteltenis, de verruktheid, de creatieve geneigdheid, die bij elke mens virtueel hoewel latent voorhanden zijn. Hogere bewustwording, verheerlijking van aarde, wereld en mens. Transfiguratie van de gelocaliseerde mens in universele, cosmologische mens.
Negatieve impulsen worden niet toegelaten. Alleen positieve gevoelens zijn bruikbaar.
Streng onderscheid tussen twee soorten van getroffenheid: de sensatie (uiterlijke werking) en de emotie (innerlijke werking). Alleen de emotie is levenwekkend, vruchtbaar en heilzaam.
(ontwerp voor toelichting bij de Zesde Symfonie)
 
 
get the Flash Player
standaardweergave