“ Duizendmaal liever is mij de bewondering. ”
Matthijs Vermeulen

en fr de

VERMEULENS LIEDEREN
 
Vermeulens vocale oeuvre omvat zes afzonderlijke liederen en twee liederencycli.
         In 1917 componeerde hij in een tijdsbestek van acht maanden vier liederen, die – ieder op eigen wijze – in verband staan met de Eerste Wereldoorlog: On ne passe pas (Victor le Jeune, Soldat au front) voor tenor en piano, Les filles du roi d'Espagne (Paul Fort) voor mezzosopraan en piano, The Soldier (Rupert Brooke) voor bariton en piano en La veille (François Porché) voor mezzosopraan en piano.
         Pas 24 jaar later, in 1941 na de voltooiing van zijn Vierde Symfonie, wendde Vermeulen zich opnieuw tot het liedgenre door de gebedstekst van het Ave Maria op drie verschillende wijzen te toonzetten voor zangstem en piano. Zo kwam de cyclus Trois salutations à Notre-Dame tot stand. In 1944, nadat hij de partituur van zijn Vijfde Symfonie in potloodversie had afgerond, ontstond Le balcon op tekst van Charles Baudelaire.
         Ook aan het componeren van het grootschalige Prélude des origines (1959), op een gedicht van Georges Ribemont-Dessaignes, was de voltooiing van een symfonie – in dit geval de Zesde – voorafgegaan. Twee jaar later begon Vermeulen aan zijn laatste vocale werk, de cyclus Trois chants d’amour op gedichten van Li-Tai-Po en Tu Fu (naar het Frans vertaald) en van Baudelaire. De eindstreep zette hij in september 1962.
voor een bespreking van de Collected Songs (Donemus 2008) door Dinant Krouwel klik hier
 
 
get the Flash Player
standaardweergave